Eindelijk kan Maarten zijn Indonesische roots ontdekken op het eiland Bali. Bali is een echt vakantie eiland, het is er mooi, het weer is er goed en het reizen is er makkelijk. Helaas is er weinig meer te verkennen en is het er bijzonder druk. Bali staat daarom voornamelijk in het teken van uitrusten, de Indonesische keuken proberen en mooie plekjes bezoeken. We komen s’nachts aan bij het hotel en het vriendelijke personeel brengt ons naar het huisje. We slapen een deuk in de volgende dag maar we krijgen rond lunchtijd toch nog ons ontbijtje. Na een uur wandelen door de buurt en langs het strand komen we erachter dat het er niet mooi is. De eerste nasi valt ook wat tegen, nu ligt de lat natuurlijk wel hoog.

We verkassen snel, met de taxi zoals dat gaat op Bali, naar het hart van het eiland, Ubud. We gaan daar eens lekker een weekje chillen, yoga’en en de lokale cuisine proberen. Met een uitstekende Airbnb met prive zwembad en prachtig weer is dat chillen een makkie. Het enige minpuntje is de yoga sessie van een ware guru, we verstonden er weinig van, hij deed niets voor, het was saai en wij zijn allemaal het centrum van het universum, tja.

Fleur is héérlijk zen

We kunnen het weer niet laten en huren voor een klein weekje twee mooie scooters. Het voelt bevrijdend om je eigen vervoer te hebben. De eerste dag rijden we richting een vulkaan en wat opvalt dat het bijzonder druk is op én rond de wegen, echt genieten zit er nog even niet in. We verblijven in een hoteletje onderaan de vulkaan met een echte hot spring in de achtertuin. De kamer zelf moeten we eerst nog ontdoen van een stuk of 40 rare vliegen en in de avond moeten we nog wat vergif spuiten tegen 1000 vliegjes in de badkamer, ze vallen met bosjes naar beneden. We gaan er in de ochtend, na een matig nasi ontbijt, vliegensvlug van door.

Om toch een wat rustigere en mooie route te kunnen rijden heeft Maarten een leuk b-weggetje uitgezocht. We beginnen mooi rond de vulkaan en door kleine dorpjes, het lijkt bij vlagen wat op Bolivia, maar plots verandert de weg. We rijden op een weggetje gebruikt door grote mijn wagens, het asfalt is verdwenen en het gaat steil omhoog. Net voordat we na een half uur ploeteren boven komen gaat Fleur onderuit, ze houdt er een brandwondje aan over op der hand en ze wil geen b-weggetjes meer rijden. De rest van de middag verloopt rustiger.

Het is zo warm dat we de rest van onze tijd op Bali de hotels uitzoeken op zwembad. Door de drukte, het verkeer en de warmte kunnen we op Bali niet veel meer doen dan een stukje rijden, zwemmen in het zwembad en zwemmen in de zee.

Als we de scooters hebben ingeleverd in Ubud gaan we nog een laatste keer naar ons favoriete restaurant, Warung Bernadette. De specialiteit van het huis is vet lekker indo eten waaronder heerlijke rendang, goddelijke opor en verrukkelijke gado gado.

Dat vies uitziende prutje is de op één na lekkerste rendang van Bali!

Naast Bali liggen nog wat kleinere en rustigere eilandjes welke we bezoeken, Nusa Penida en Nusa Lembongan. Na een mooi boottochtje komen we aan bij het eiland en worden we afgezet bij het hotel. We hebben berehonger en het mooie aan de hotels in Indonesië is dat ze ook allemaal een restaurant hebben. Er staat na tien minuten een heerlijke nasi voor onze neus. De volgende dag bezoeken we het naastgelegen Nusa Penida met de scooter. Het is een schitterend eiland maar met vreselijke wegen. Maarten heeft nog steeds wat last van zijn schouder en na deze dag is de pijn weer terug. De uitzichten zijn gelukkig wel mooi.

Een hoogtepunt van de trip op Bali is wel de onderwaterwereld. We doen een snorkel tocht naar drie verschillende locaties, we zijn maar met zijn tweeën, de kapitein spreekt geen Engels en de boot is erg klein. We varen s’ochtends vroeg weg terwijl het al best warm is. Helaas trekt het helemaal dicht en nog voordat we het water inspringen zijn we al nat. De boot komt dichter bij de rotsen en de golven zijn flink maar de kapitein wenkt ons om het water in te gaan en wijst ons waar we naartoe moeten zwemmen. Het is een wilde zee en de regen komt met grote druppels naar beneden maar we zien waar we voor gekomen zijn, enorme Manta roggen. Deze beesten hebben een spanwijdte van zo’n 3 meter en komen erg dichtbij, we hebben geen foto’s kunnen nemen maar het was een bijzondere ervaring.

De laatste dagen op Bali genieten we in een nog toeristischer stuk van het mooie weer en het lekkere eten. Op zoek naar een mooie plek voor fine dining komen we uit bij Kaum. Het eten, de service en de ambiance zijn top. Toch is het, voor Maarten althans, niet het beste eten van Bali. Dat vinden we bij een simpele Warung om de hoek van het hotel aanbevolen door een medewerkster van het hotel. Service en ambiance is er niet, maar het eten is om te smullen.

Beste eten ooit!

We hebben een mooie tijd gehad op Bali en we willen zeker terug om de rest van Indonesië te bezichtigen. De mensen zijn er super vriendelijk en het eten is geweldig, wat wil je nog meer. Bali is wel druk maar zodra je in je hotel/resort zit is het er altijd verrassend rustig en kun je er héérlijk vertoeven.

Advertenties