Met goede moed rijden we Bolivia in na een makkelijke grensovergang, we hebben er veel zin in! Er staan nog 65 kilometer voor de boeg terwijl het al half 5 is. Normaal gesproken geen probleem maar de wegen in Bolivia zijn berucht om de slechte kwaliteit. De eerst 10 kilometer zijn niet heel slecht maar dan wordt het grind dieper en dieper, ook zitten we plots op het verkeerde pad. Maarten besluit van het pad af te gaan op zoek naar het juiste pad. Na een paar minuten rijden lijkt het pad gevonden te zijn. We noemen het een pad omdat we nu op een zoutvlakte rijden waar er paden alle richtingen op gaan, een echte weg is het niet. Fleur is er niet heel erg gerust op dat we goed gaan maar in ieder geval rijdt het vlugger door dan de grindweg. Gelukkig zien we net voor het donker het dorpje in de verte waar we gaan slapen. Net voor het dorp pakken we weer het verkeerde pad en rijden we een zandbak in, de favoriete ondergrond van Fleur.. We vinden een zout hostel, dat wil zeggen dat héél veel van zout gemaakt is, de bedden alleen niet. Een restaurant vinden lukt niet en dus dineren we met instant noodles en een gekookt ei, zout erbij?

Alles is van zout
De volgende ochtend vertrekken we naar de grootste zoutvlakte ter wereld, Salar de Uyuni! Wereldberoemd om zijn spiegelende foto’s, helaas ligt er nu geen water en is er ook geen spiegel effect. We moeten eerst nog een paar paadjes nemen voor we er zijn.. Twee uur later en tig slechte, zanderige en vooral wasbord paadjes verder en we zijn er. We beginnen wat onwennig maar na het eerste stuk, waar men zout heeft gewonnen, wordt het oppervlak mooier en witter. Wat gaaf en onwerkelijk om hier te rijden! We rijden tot het eiland, dat was het in ieder geval nog toen het een zee was, en nemen een korte pauze. Er staan zeker 20 grote auto’s vol toeristen waarvan er een hoop gekke foto’s probeert te maken. Als we weer verder gaan zien we op een gegeven moment niets meer dan zout, een perfecte plek om ook dé foto’s te maken. Het ziet er zo makkelijk uit maar het is nog verdraaid moeilijk in de felle zon welke ook door het witte zout wordt weerkaatst.

Koekiemonster

We rijden in totaal 2 uur op het zout, bijna aan het eind blijkt de rem van Maarten het niet meer te doen. Gelukkig is er op de zoutvlakte weinig verkeer maar handig is het niet. In het stadje Uyuni vinden we een prima hotel waar we 2 andere reizigers ontmoeten, Robert uit Italië op de motor en Maarten met een kapotte VW bus. We blijven er een paar dagen omdat Fleur jarig is, het erg gezellig is en om de motoren te laten maken (slechts 6€!). Het stadje Uyuni is niet veel soeps maar met Robert en Maarten vinden we een paar restaurantjes waar we lekker en goedkoop kunnen eten, op de verjaardag van Fleur zelfs een bijna chique tent, de lama steak smaakt goed. Het is prettig om een paar dagen op één plek te zitten met gezellige mensen om ons heen, iets dat we toch wel missen van thuis.

Maarten is nog steeds blij met zijn keuze om conducteur te worden
Deze treinen zijn lang geleden hier in de woestijn gedumpt 

Maar na een paar leuke dagen is het weer tijd om door te gaan. We rijden richting Potosi, de motoren doen het goed en het landschap is schitterend, zoveel kleuren en zoveel lama’s en alpaca’s! Helaas begint Fleur zich toch steeds minder lekker te voelen, de bekende Boliviaanse buik problemen. Een goed plekje voor lunch weten we ook niet vinden, dit blijkt veel lastiger te zijn dan in andere landen. Na een stressvolle binnenkomst in de mijnstad Potosi vinden we een prettig hostel waar Fleur de komende dagen vooral binnen zal doorbrengen. Potosi is een echte mijnstad wat vooral te danken is aan de zilverberg, deze herbergt naast zilver nog 65 andere grondstoffen. Maarten gaat in zijn eentje de stad een paar dagen ontdekken en brengt eten en drinken terug voor Fleur, vooral bananen shakes en gefrituurde kip. Wat je echt niet mag missen in Potosi is een bezoek aan de zilverberg. Maarten doet een excursie welke wordt geleid door een oud mijner, hij heeft 26 jaar in de mijn gewerkt en begon toen hij 9 was! We bezoeken eerst de mijnmarkt, waar allerlei spul te koop is om te mijnen alsmede coca bladeren en dinamiet. De coca bladeren stoppen ze in grote hoeveelheden in hun wang om lekker op te smakken, ze krijgen hier energie van en hoeven er minder door te eten. Potosi is de enige stad in Bolivia waar iedereen zonder problemen dynamiet kan kopen ongeacht leeftijd. Wij kopen zakken coca bladeren als cadeautje voor de mijnwerkers die we gaan bezoeken.

Onze gids met echte dynamiet en een fles alcohol van 96% (wordt puur gedronken)

Vervolgens rijden we naar de raffinaderij waar apparaten en chemicaliën in een smerige ruimte de mineralen van de aarde scheiden, geen prettige werkomstandigheden hier. En dan natuurlijk naar de mijn zelf. Er zitten in de zilverberg 38 coöperaties die elk hun eigen stukje hebben. We lopen de mijn in en de eerste mijners die we tegenkomen rijden met kruiwagens vol stenen naar de uitgang, geen wagentjes als in Indiana Jones dus. We bezoeken 5 plekken waar 1 of 2 mijnwerkers bezig zijn. De eerste is Don Carlos, hij werkt er al 35 jaar, met hamer en ijzeren staaf is ie een gat in de stenen aan het slaan om later dynamiet in te stoppen. Hij heeft geen geld voor pneumatische boorhamer en doet alles met de hand, wat een pokkenwerk.

Geen machines voor Don Carlos

Ook de rest van de mijnwerker in dit stuk van de mijn heeft geen geld voor goed gereedschap. We helpen nog een handje mee met het hijsen en tillen van grote zakken steen, het zweet gutst bij de hele groep. Aan het eind wordt er ook nog een dynamiet staaf tot ontploffen gebracht, een flink kebaal en bevingen volgen! 

Links: mijnwerker Maarten
De mijnwerkers hebben na 4 uur een pauze buiten met een lekker zakje coca bladeren

Na een paar dagen is Fleur weer wat opgeknapt en vertrekken we richting Sucre, de hoofdstad van Bolivia. De rit is weer uitstekend, het landschap is prachtig, de weg mooi geasfalteerd en de Lama’s staan in grote getale langs de weg. Het is even lastig om lunch te vinden maar we belanden in een dorpje waar ze almuerzo familiar serveren, iedereen krijgt soep en rijst met een vleesje. Het eten is niet geweldig maar wat verwacht je voor 3€ voor 2 personen. Het hotel waar we overnachten is wat moeilijk te bereiken door een fanfare voor de deur, maar wel gezellig, toch? De komende dagen loopt de fanfare/carnaval stoet tot middernacht voor de deur langs! 

Sucre is verder een zeer aangename stad met een mooi plein en enkele westerse restaurantjes en cafés, een fijne afwisseling van het normale Boliviaanse voedsel. In de buurt van Sucre heeft men dinosaurus pootafdrukken gevonden en daar een dino park omheen gebouwd. We pakken voor de verandering eens de bus om het park te bezoeken. Na een uurtje rijden, we stonden ongeveer een half uur in de file omdat de bus dwars door de markt ging, komen we aan bij het park: hartstikke dicht. Gelukkig kunnen we van een afstandje de pootafdrukken wel zien omdat ze in een rots zitten die in de loop van miljoenen jaren verticaal is ‘gegroeid’.

Echte dino pootadrukken

Vanaf Sucre gaan we in 2 dagen naar Torotoro, een nationaal park welke buiten de gebaande paden ligt, dat wordt leuk. De eerste dag gaat lekker, mooi weer, mooie route en mooie wegen. We moeten halverwege tanken en dat gaat hier op zijn Boliviaans, gecompliceerd. Buitenlanders betalen bijna 3x zoveel voor benzine, als ze het al krijgen. Bij dit tankstation kunnen ze de tank niet vol gooien om onduidelijke redenen, maar we kunnen we een zak kopen en die vullen tegen lokaal tarief.

Dag twee richting Torotoro verloopt minder soepel. Na een slechte lunch van gefrituurde kip, friet en droge rijst maakt het asfalt plaats voor kinderkopjes. We moeten nog 90 kilometer en door de slechte weg en het heuvelachtige landschap rijden we gemiddeld 20km/u. Het landschap verandert langzaam van glooiend naar imposante gekleurde bergen. Na nog een zandstorm te hebben getrotseerd en 20 haarspeldbochten komen we in het donker aan in het dorp, helemaal gesloopt en met de kennis dat we deze 90 kilometer ook weer terug moeten rijden, Fleur heeft pijn in de rug en de billen, Maarten de schouder en de billen.

Zware maar mooie route

De volgende dag gaan we eens buurten wat we kunnen gaan doen, we hebben geluk en kunnen nog die middag een mooie wandeling maken met een privé gids genaamd Eber. Als eerst gaan we pootafdrukken bekijken van dinosaurussen, dat klinkt suf maar het is wel tof om de afdrukken te zien van gigantische beesten van 65.000.000 jaar geleden.

Na de indrukwekkende afdrukken rijden we richting een stuk van het nationaal park waar we gaan wandelen, we hebben eigenlijk geen idee wat we daar gaan bezichtigen en laten ons verrassen. Uit het niets kijken we plots uit over een enorme canyon, wauw wat gaaf! Ook gaan we de canyon in via een trap stijl omlaag. Helaas moeten we de canyon ook weer uit en dat kost aardig wat moeite, voor ons dan want Eber loopt fluitend naar boven.

Onze hoogtevrees beentjes vonden dit maar niks

Onze gids was ons goed bevallen en we spreken af om de volgende dag nog een andere tocht te doen. De volgende ochtend na wat vertraging om geld te bemachtigen, via PayPal bij een ander hotel, gaan we in gezelschap van de gids en hitchhiker Bogdan de Roemeen richting de eerste attractie in de bergen. We doen er een mooie wandeling tussen de bijzondere rotsformaties.

Na de lunch gaan we klauteren in een grot. Wat kruipen, tijgeren, klimmen en stalagmieten en stalagtieten bekijken, altijd leuk. 

Het kost wat moeite om Torotoro te bereiken maar het was zeker de moeite waard, nu weer 90 kilometer terug over de slechte weg!

Extra foto’s 

Advertenties