De grenspost van Argentinië kan, volgens de verhalen, erg lastig worden. Als ‘buitenlander’ mag je Argentinië sinds een paar maanden niet meer in met een Chileens voertuig. We hebben de kleinste grenspost uitgezocht hopende dat ze daar de laatste regels nog niet hebben ontvangen. We komen het kantoor van de grenspost binnen en zijn 50 jaar terug in de tijd. Er is geen computer of smartphone, maar een houten bureau met 2 norse mannen met snor. De snorren nemen onze papieren en schrijven het één en ander over. Even overleggen ze iets met elkaar in een taal compleet onbekend voor ons en schrijven vervolgens weer door. Niet veel later doet er één het hek open en hobbelen wij Argentinië binnen. We zijn vermoeid maar opgelucht en rijden met veel plezier over een weg waar al 50 jaar niets aan gedaan is. Het begint al te schemeren en we zoeken voor het eerst deze reis een wild kampeerplek. In een dalende bocht met de laag hangende zon in zijn gezicht duikt Maarten de grindbak in. Gelukkig komen Maarten en de motor met de schrik vrij. Niet veel later vinden we een aardig plekje om ons kamp op te zetten.

De volgende ochtend is fris maar het uitzicht is geweldig en we beginnen met de gebruikelijke koffie en havermout. De koffie is ontzettend smerig! Het is onduidelijk waar het aan ligt, het getapte water van de laatste camping of de per ongeluk meegenomen waterzak van een Duitse fietser (oeps, de waterzak lijkt als 2 druppels water op die van ons). De koffie wordt weggegooid, we pakken alles in en beginnen aan de 70km onverharde weg naar Ruta 40. We hadden al het advies gekregen om niet deze weg te nemen, de weg wordt niet meer onderhouden en is er slecht aan toe. Desalniettemin hebben we een prima dag met goed weer, een mooi landschap en meer guanaca’s dan mensen. Toch juichen we wanneer we na een uur of 4 ploeteren het asfalt in zicht krijgen. Het asfalt behoort tot route 40, de roemruchte weg in Argentinië van pakweg 5000 kilometer in lengte. We gaan richting het zuiden, we willen daar een aantal natuurparken bezichtigen, en komen aan in Gobernador Gregores (rare naam voor een stad als je het mij vraagt). Bij het tankstation komen we een Brit tegen die hetzelfde rondje in Chili en Argentinië maakt als wij, hij doet het in 2 en halve week, wij in 2 en halve maand. De volgende dag tanken we nog bij en rijden richting het berg dorpje El Chalten. Bij het tankstation sprak een Argentijnse motorrijder ons nog aan en zei iets over regen en modder, we begrepen er weinig van. Niet veel later zitten onze motoren en laarzen onder de modder en kunnen we helaas niet verder via deze weg.

Misschien moeten we toch iets aan ons Spaans gaan doen. Als alternatief is er een route van 40km onverharde weg die begint nadat​ we 70km zijn omgereden. Net voor het onverharde stuk begint het flink te waaien, meer dan de gebruikelijke stevige wind in Patagonië, en komen er donkere wolken aan.

Het is onduidelijk wat er precies aankomt dus rijden we maar gewoon door, een plek om te schuilen is hier toch niet. Plots ziet Maarten een hagelsteen naar beneden komen en roept direct naar Fleur om te stoppen. Nog geen 5 seconden later kletteren de flinke hagelstenen op ons neer, we kunnen nog net de motoren​parkeren en er half onderkruipen. Gelukkig zijn we goed beschermd maar de hagelstenen die op onze handen komen doen flink zeer. Na een heftige 3 minuten stopt het met hagelen en bekijken we de schade. Alles ziet er gelukkig nog goed uit. Er komt nog een auto onze kant op om te vragen of alles in orde is, aardige lui toch hier. 

De onverharde weg begint goed: geen regen of hagel, geen wasbord en geen modder, wel zonneschijn!

Helaas blijft dat niet de hele weg zo. Na een poos begint er wat modder te verschijnen en het tempo gaat flink achteruit. Ook begint de wind fors te waaien, het is tenslotte Patagonië. Na 2 uur ploeteren komen we in een flinke storm aan bij het eind van het onverharde stuk, er is hier helemaal niets behalve wat asfalt. We zijn moe maar blij dat​ we het achter de rug, we gaan vol gas weer op pad. Binnen een minuut staan we weer stil. Voor ons staat een bord met cerrado con lluvia, dicht wegens de regen, erachter ligt een onverharde natte modderige vlakte. Dit is blijkbaar het stuk waar de Argentijn het over had. Na een hele dag rijden zit er niets anders op dan terugkeren naar Gobernador Gregores, nog eens 60km terug. Onderweg laten de donder en de bliksem ook van zich horen en komen we in stromende regen in Gobernador Gregores. Met onze laatste dollars kunnen we nog een appartementje huren. Conclusie: niet elke dag verloopt zoals gepland, met andere woorden een bijzonder waardeloze dag.

De aardige meneer van het appartement weet ons te vertellen dat de weg nog zeker 3 dagen dicht zal blijven. Willen we nog naar de parken in het zuiden gaan dan zullen we ver om moeten rijden. Na een dag opdrogen en bijkomen in Gobernador Gregores rijden we via de kust naar het zuiden. We zien onderweg niets anders dan Pampa’s, een kale kille grauwe vlakte met kleine struikjes, een hek aan beide kanten van de eindeloos rechte weg en veel meer guanaca’s en Merino schapen dan mensen.

We hoopten pinguïns te gaan zien maar ook het park is wegens de regen gesloten, we rijden dan maar door naar Rio Gallegos, de meest waardeloze stad tot nu toe. We zijn hier op zoek gegaan naar een restaurantje of iets van eten om mee te nemen maar dat is meerdere keren mislukt. Ten eerste is alles heel erg duur en ten tweede is er bijna geen restaurant te vinden, degenen die er zijn openen pas om 7 uur de deur. Bij de eerste afhaaltent die open is zijn de empanada’s pas een uur later klaar, dus geen empanada’s vandaag. Vervolgens bij een pizzatentje na veel moeite weten te bestellen, helaas was het erg druk en zou het zeker een uur duren, laat maar zitten. De derde tent serveert Oosters en Sushi, nergens anders in Argentinië gezien dus dat wordt smullen. Na het kiezen van de gerechten krijgen we te horen dat de keuken nog niet open is, adios. De laatste hoop is een burger tent, na veel moeite komen we er achter dat er geen burgers worden geserveerd maar dat hij bevroren burgers verkoopt. Bij het hotel eten we daarom 2 avonden bijzonder slecht voedsel voor veel te veel geld. We weten nu waarom Rio Gallegos niet in de vakantie brochures wordt genoemd.

Het park wat we willen bezoeken ligt in Chili. Omdat we geen gedoe met de motor willen krijgen als we Argentinië weer binnen willen komen laten we de motor in Rio Gallegos en pakken we de bus naar Chili. Het wordt al snel duidelijk dat busreizen niet ons ding is, we zijn beiden binnen korte tijd wagenziek, er staat een luide medley van Latino muziek te dreunen en de buschauffeur rijdt als een malloot, de op 2 druppels lijkende Fred Flintstone maakt een hoop goed als hij met koffie en gebak langskomt.

Tot nu toe valt Argentinië nogal tegen maar als we weer terug zijn komen we vast en zeker nog mooie en leuke plekken tegen.

Advertenties